Leerroutes en leerlijnen

Leerroutes

Binnen de Korte Vlietschool zijn drie leerroutes vastgesteld: A, B en C. Een leerroute zegt iets over het IQ van een leerling, over de sociale vaardigheid en de zelfredzaamheid. Binnen de leerroutes zien we bij leerlingen ook veel individuele verschillen waar we op inspelen. Aan de leerroute kun je zien op welk niveau leerlingen uitstromen.

Leerroute A

De A leerling heeft een IQ van 50 of lager en stroomt uit (aan het einde van het VSO) op het niveau van een groep 2 leerling in het regulier onderwijs. Deze leerling zit met lezen onder AVI-M3 niveau en maakt eenvoudige sommen. De uitstroomroute voor deze leerling zal zijn: werken in een weinig eisend of creatief dagcentrum.

Leerroute B

De B leerling heeft een IQ tussen de 50 en 60 en stroomt uit op het niveau van een groep 4 leerling in het regulier onderwijs. Deze leerling behaalt met lezen niveau AVI-M5/6 en rekent tot en met 100. De uitstroomroute voor deze leerling zal afhankelijk van zijn beperking werken in een dagcentrum of begeleid werken zijn. Binnen deze leerroute is een groep leerlingen die uitstroomt naar een regulier bedrijf omdat ze praktisch en/of sociaal sterk zijn.

Leerroute C

De C leerling heeft een IQ van 60 of hoger en stroomt uit op het niveau van minimaal een groep 5 leerling in het regulier onderwijs. Deze leerling behaalt met lezen niveau AVI-E7 en rekent met getallen boven de 100. De uitstroomroute voor deze leerling zal afhankelijk van de beperking werken in een beschermde werkplek of werken in de vrije sector binnen een regulier bedrijf zijn. Binnen deze leerroute is een groep leerlingen die uitstroomt naar een eisend dagcentrum of begeleid werken omdat zij door hun beperking baat hebben bij meer begeleiding of aangepast werk.

Onderwijsaanbod binnen leerroutes

Het onderwijsaanbod verschilt per leerroute, doordat de einddoelen (standaarden)per leerroute anders zijn. Een leerling met leerroute A - aanbod heeft veel meer tijd nodig om een volgend tussendoel te bereiken dan de leerling met het leerroute C- aanbod. Ook is de tijd, die besteed wordt aan de verschillende leergebieden niet gelijk. In leerroute C staat bijvoorbeeld drie keer per week rekenen op het rooster, bij leerroute B twee keer en bij leerroute A is dit één keer per week. Op het VSO verschilt de te bestede tijd tussen leerroute B en C nauwelijks meer, doordat arbeidsvoorbereiding en arbeidstoeleiding een belangrijker rol gaan spelen. In samenwerking met De Thermiek richt ons onderwijsaanbod zich meer op ‘werken’.

Concreet ziet dit richten op werken binnen de Korte Vlietschool er nu en/of in de toekomst als volgt uit:

  • onderbouw VSO: leerwerkplekken en praktijklessen op gebied van groen, schoonmaak, administratie, horeca, techniek, crea en zorg en welzijn;
  • middenbouw VSO: ‘lessen op locatie’ en praktijklessen op het gebied van bovengenoemde terreinen;
  • bovenbouw VSO: stages met doelgerichter werken op het gebied van bovengenoemde terreinen.

  • Altijd in dezelfde leerroute?

    Op het SO wordt een leerling ingedeeld bij de bij hem passende leerroute. Ieder jaar wordt opnieuw beoordeeld of de leerling nog op zijn plaats zit binnen die route. Indien nodig kan een leerling naar een andere leerroute worden overgeplaatst. Bij overgang naar het VSO wordt opnieuw de beginsituatie, de te verwachten uitstroombestemming en de hierbij behorende leerroute vastgesteld.

    Leerlijnen

    Op de Korte Vlietschool werken wij met leerlijnen. Een leerlijn geeft voor een specifiek leergebied aan hoe leerlingen van een bepaald beginniveau tot een einddoel komen. Een leerlijn is opgebouwd uit tussendoelen. Aan de hand van deze leerlijnen met tussendoelen kunnen leerkrachten de ontwikkeling van hun leerlingen volgen en hebben zij een leidraad om de einddoelen te (kunnen) behalen. De leerlijnen zijn gekoppeld aan een leerlingvolgsysteem waardoor de vorderingen op de leerlijnen per leerling inzichtelijk zijn.

    Leerlingvolgsysteem

    De verschillende leerlijnen met de resultaten per leerling worden digitaal verwerkt in ParnasSys. In ParnasSys kun je in het leerlijnenprofiel zien wat de vooruitgang is per leerling. Daarnaast laat het systeem ook zien wat de te behalen doelen zijn voor de volgende periode.

    Werken met leerlijnen

    De Korte Vlietschool werkt op het SO met zes leerlijnen:

  • leren leren (werkhouding/aanpakgedrag);
  • spelontwikkeling;
  • wonen en vrije tijd;
  • schriftelijke taal (handschriftontwikkeling, stellen en spellen);
  • rekenen;
  • mondelinge taal.


  • en op het VSO met vier leerlijnen:

  • leren leren (met o.a. werkhouding/taakaanpak)
  • sociaal-emotionele ontwikkeling
  • mondelinge en schriftelijke taal
  • rekenen dagbesteding/leerlijn rekenen arbeid

  • Deze leerlijnen worden op individueel niveau gescoord en aangeboden. Leerlingen met hetzelfde niveau worden gegroepeerd om de effectieve leertijd te verhogen.

    Elke leerlijn heeft verschillende kerndoelen. Die kerndoelen zijn einddoelen en van belang voor het einde van de schoolloopbaan. Elk kerndoel is opgebouwd uit subdoelen (tussendoelen). Dat zijn doelen waar in de groep aan gewerkt wordt. Deze subdoelen zijn uitgewerkt in verschillende niveaus. Binnen elk niveau zijn kleine lesdoelen beschreven die per dag of per week worden aangeboden. Bij rekenen moet opgemerkt worden dat in de twee jongste groepen binnen SO alleen aandacht is voor de basisvaardigheden en de klok. Het onderdeel meten en wegen komt in de oudste groep van het SO aan de orde. Voor rekenen wordt de methode ‘de Rekenboog’ gebruikt. Bij de leerlijn schriftelijke taal maken we gebruik van de methode ‘Veilig leren lezen’, ‘Veilig in stapjes’, ‘Estafette lezen’ en ‘Spelling langs de lijn’.

    Voor de leerlijn sociaal- emotionele ontwikkeling gebruikt het SO de methode ‘Leefstijl’. Het VSO start dit jaar met de invoering van de methode ‘de Vreedzame School’. De niveaus van de leerlijnen zijn gekoppeld aan de methodes zodat een niveaubepaling kan plaatsvinden. Per leerlijn kan het niveau van het kind verschillen. In het leerlijnenprofiel is te zien op welk niveau per leerlijn gewerkt wordt. Een kind dat zich sneller ontwikkelt, krijgt uiteraard de doelen van het volgende niveau aangeboden.

    Leerlijnen zijn als het ware ‘een methode’ om gestructureerd lesstof aan te bieden.

    Op het VSO zijn de oude leerlijnen vervangen door de nieuwe. Dit jaar zullen de standaarden hierop aangepast worden.

    Er zijn leergebieden waar wij wel de leerlijn voor hanteren, maar die niet op individueel niveau gescoord worden. De doelen voor deze leer-gebieden worden klassikaal aangeboden met daarbinnen aandacht voor individuele verschillen. Dit zijn voor het SO:

  • zintuiglijke en motorische ontwikkeling;
  • sociaal-emotionele ontwikkeling;
  • omgaan met media en technologische hulp middelen;
  • oriëntatie op mens en wereld (OMW);
  • kunstzinnige oriëntatie;
  • bewegingsonderwijs.

  • en voor het VSO:

  • Mens en maatschappij
  • Mens, natuur en techniek
  • Informatie zoeken, beoordelen en gebruiken
  • Culturele oriëntatie en creatieve expressie
  • Voorbereiding op dagbesteding/arbeid
  • Bewegen en sport

  • Voor bovengenoemde vakgebieden wordt een groepsplan geschreven. Hierin staat per groep vermeld aan welke doelen, verdeeld over twee jaar, gewerkt wordt. Meer informatie over leerlijnen vindt u bij: CED groep.

    Opbrengstgericht werken

    De Korte Vlietschool vindt het belangrijk om opbrengstgericht te werken. Daartoe moeten opbrengsten gemeten kunnen worden. Om dit te realiseren heeft de school voor elke leerroute bepaald aan welke leerlijnen (doelen) gewerkt wordt en welk niveau de leerlingen zouden moeten kunnen behalen. We noemen dit standaarden. De niveaugegevens voeren we in in het leerlingvolgsysteem, ParnasSys. Het leerlijnenprofiel dat per leerling uitgedraaid wordt laat vervolgens zien welk niveau de leerling voor de verschillende leerlijnen behaald heeft en of dit voldoet aan de afgesproken standaarden. Naast resultaten op leerlingniveau levert het leerlingvolgsysteem ook groepsoverzichten. Zo kun je leerlingen in een groep met elkaar vergelijken. Daarnaast wordt het mogelijk om de resultaten op schoolniveau te bekijken.

    Met opbrengstgericht werken werkt de school aan de kwaliteit van het onderwijs. De resultaten zijn aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan en kunnen leiden tot aanpassingen van het onderwijs op verschillende niveaus. Op leerlingniveau kan bijvoorbeeld inzichtelijk worden, dat een leerling voor het ene leergebied onder zijn niveau scoort, terwijl hij voor een ander leergebied boven zijn niveau scoort. Dit kan bij de leerlingbespreking leiden tot het maken van andere keuzes met betrekking tot leertijd of didactische aanpak. Op groepsniveau kan blijken dat veel leerlingen op een bepaald leergebied een lage/hoge score laten zien, doordat er weinig/veel tijd aan het leergebied wordt besteed. Op schoolniveau kan duidelijk worden of de gemiddelde leerling de afgesproken standaarden bereikt heeft. De school heeft zichzelf tot doel gesteld dat 75% van de leerlingen de standaarden moet behalen. Zowel op de SO-afdeling als op de VSO afdeling worden de standaarden geëvalueerd en indien nodig naar boven of beneden bijgesteld.

    Didactische toetsen

    Elke leerling wordt bij binnenkomst op school didactisch getoetst. Zodra een leerling is begonnen met voorbereidend lezen en rekenen wordt er regelmatig getoetst om te zien of hij toe is aan een volgende stap. De uitslagen worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem. Op verzoek van de leerkracht neemt de IB-er extra toetsen af zoals een klokkijktoets of een extra AVI-toets.

    Jaarlijks nemen we methodeonafhankelijke toetsen af voor rekenen en taal om het beheersingsniveau te kunnen bepalen en/of het onderwijsaanbod aan te passen. Leerlingen worden alleen getoetst als ze er aan toe zijn. Dit is van belang om te zien of de leerstof echt beheerst wordt. De didactische toetsen worden ook gebruikt om te bepalen in welke leerroute een leerling geplaatst wordt.

    Gebarentaal

    Bij leerlingen die niet of moeilijk praten wordt de communicatie op gang gebracht of ondersteund met behulp van de gebaren van ‘Nederlands met Gebaren’ (NMG). De leerkracht gebruikt de gebaren ter ondersteuning van gesproken taal aangezien informatie die zowel auditief als visueel wordt overgebracht in de meeste gevallen beter begrepen wordt. Daarnaast worden in alle groepen klassikaal gebaren geoefend opdat de niet pratende leerling met zijn gebaren begrepen wordt door de andere leerlingen. De rol van de logopedist is hierbij van essentieel belang.

    Pictogrammen

    Om de gesproken taal te ondersteunen wordt naast gebaren ook gebruik gemaakt van foto’s en pictogrammen. We gebruiken de pictogrammen van ‘Communicatie: in Print 2’. Deze vorm van visualisatie heeft als voordeel dat het concreet en blijvend is. De pictogrammen worden gebruikt om het dagritme, de klassentaken en activiteiten te visualiseren. Er vindt ook toepassing plaats in de bewegwijzering door de school, in het onderwijs (bijvoorbeeld visualiseren van recepten, schoonmaakactiviteiten) en bij de logopedie. Sommige leerlingen gebruiken de pictogrammen voor een individueel planbord. Foto’s worden gebruikt voor leerlingen voor wie pictogrammen te abstract zijn. Ook op het smartboard wordt gebruik gemaakt van pictogrammen.