Onderwijs op het VSO

Het onderwijs op het VSO is in principe eindonderwijs. Leerlingen stromen na hun schoolloopbaan uit naar dagbesteding, beschermde werkvoorziening of in een enkel geval naar het vrije bedrijf. Het komt ook voor dat leerlingen tussentijds de overstap maken naar het praktijkonderwijs. De overstap van school naar werk is groot en een gedegen voorbereiding hierop is zeer belangrijk. Die voorbereiding start bij binnenkomst op het VSO. In iedere bouw staat ‘werken’ op het rooster met voor elke bouw een specifieke invulling.

Portfolio leerling

Van iedere leerling wordt een portfolio aangemaakt zodra hij op het VSO start. In deze map bewaart de leerling alle relevante informatie met betrekking tot onder andere zijn te behalen en behaalde doelen, rapportages, diploma’s en certificaten.

De onderbouw

Alle vakken van het SO worden voortgezet. De tijd die beschikbaar is voor deze vakken neemt per bouw steeds iets af. Hiervoor in de plaats komen ‘praktijkvakken’ en ‘werken’. Hierbij werken de leerlingen aan algemene en specifieke arbeidsvoorwaarden. De aangeboden ‘praktijkvakken’ zijn: zedemo (arbeidsvoorbereiding), huishoudkunde, techniek, schooltuinen en koken. Voor het vak ‘werken’ staan leerwerkplekken in kleine groepjes op het programma.

De volgende leerwerkplekken zijn ontwikkeld:
  • • dagelijks: de koffiebar en de melk verzorgen;
  • • wekelijks: de was, de balie en de broodjesservice.
  • Over de concrete invulling wordt u uitgebreid geïnformeerd op de informatiemiddag in september. Met toestemming van ouders gaan leerlingen die dit aankunnen zelfstandig een boodschap doen.

    Structuurgroep: Onderbouw 3

    Dit jaar starten we met een onderbouwgroep voor leerlingen die baat hebben bij meer structuur dan in een reguliere ZML-groep wordt geboden. Het didactisch aanbod is hetzelfde als in een reguliere groep, maar er zijn geen groepsdoorbrekende activiteiten zoals de leerwerkplekken en VSO-vakken. Deze activiteiten zullen met de eigen leerkracht/onderwijsassistent worden uitgevoerd. De groep is kleiner dan een reguliere groep en er is voor een aantal dagen assistentie. Er wordt extra structuur geboden in ruimte, tijd, activiteit en interactie. De benadering in deze groep is voorspelbaar, duidelijk en consequent.

    Er wordt gewerkt vanuit de ‘Geef me de 5’ insteek. ‘Geef me de 5’ is een methodiek die is geschreven om praktische handvatten te bieden in de omgang met leerlingen met ASS. Deze methodiek is ook heel erg geschikt voor de begeleiding van andere leerlingen die een sterke behoefte hebben aan voorspelbaarheid en structuur. ‘Geef me de 5’ geeft structuur op vijf aspecten: Wat (moet er gebeuren)? Wanneer? Hoe? Waar? en met Wie? De methode werkt er naar toe dat leerlingen zich kunnen ontwikkelen van persoonsafhankelijk, via structuurafhankelijk naar zelfstandigheid. Voor leerlingen die in de structuurgroep worden geplaatst, wordt zo nodig een Toelaatbaarheidsverklaring hoog/niveau 3 aangevraagd.

    De middenbouw

    Alle vakken van de onderbouw worden voortgezet. Arbeidsvoorbereiding en arbeidstoeleiding nemen nu een grotere plaats in. De meeste leerlingen bezoeken twee ochtenden per week ‘lessen op locatie’ (LOL). Deze zijn voor een deel een vervolg op de leerwerkplekken en worden georganiseerd op verschillende locaties. Leerlingen krijgen nu te maken met begeleiding van teamleden van De Thermiek en het Auris College. De ‘lessen op locatie’ worden georganiseerd en gecoördineerd door Nelleke Ruijters, bovenschools stagecoördinator. Inmiddels zijn 13 ‘lessen op locatie’ ontwikkeld:

  • AH XL (Leiden Zuid-West)
  • AH (Stevenshof);
  • balie (De Thermiek);
  • drukkerij (AED);
  • fietsenwerkplaats (Auris College);
  • groen (verschillende locaties);
  • inpakken (Visser ’t Hooft);
  • kaarsenmakerij (Auris College);
  • kantine (AED);
  • Plaza (catering De Thermiek);
  • repro (De Thermiek);
  • schoonmaak (AED);
  • tennisbaan (Stevenshof).

  • Voor een aantal ‘lessen op locatie’ zijn bepaalde vaardigheden nodig, waaronder kunnen lezen en schrijven. Voor de balie en de Plaza is interne scholing nodig. Per jaar nemen de leerlingen gemiddeld deel aan vier ‘lessen op locatie’. Praktijklessen zijn: techniek (Visser ’t Hooft) en koken (Korte Vlietschool). Om ouders van informatie te voorzien zijn er twee brochures ontwikkeld. Een brochure die dit jaar wordt uitgereikt aan het begin van de middenbouw gaat over de ‘lessen op locatie’. Voor ouders van leerlingen in de bovenbouw is er, indien van toepassing, een brochure over de branchegerichte cursussen (certificaten).

    Transitieplan

    Voor leerlingen in de 2e helft van het tweede jaar in de middenbouw stelt de school een Transitieplan (TP) op. In dit plan worden, in samenspraak met de leerling en ouders, tussen- en einddoelen opgesteld. Deze doelen stellen de leerling in staat om binnen zijn mogelijkheden, na het verlaten van de school, zo goed mogelijk te functioneren op het gebied van wonen, werken en vrijetijdsbesteding. Dit plan wordt niet vernieuwd, maar steeds aangevuld. Het is een plan voor de langere termijn (twee à drie jaar). Voorafgaand aan dit plan vindt een assessment plaats met als doel de mogelijkheden en wensen van de leerling in beeld te brengen. Het assessment bestaat uit het maken van een digitale arbeidsinteressetest, het met de leerkracht invullen van vragenlijsten met betrekking tot de cognitieve, communicatieve en fysieke mogelijkheden en gesprekken met de leerkracht om de arbeidscompetenties in kaart te brengen. Deze gegevens worden meegenomen in het transitieplan en zijn inzet voor het zoeken van externe stageplaatsen in de bovenbouw. Ook kan het lesprogramma op school hier nog beter bij aansluiten. br /] Leerlingen die het aankunnen mogen in goed overleg en met toestemming van de ouders in de pauzes buiten het hek.

    De bovenbouw

    In de bovenbouw ligt het accent op arbeid en al wat daarvoor van belang is. Schoolse vaardigheden worden onderhouden en meer praktisch toegepast. Nieuwe doelen worden alleen nog weloverwogen en in overleg aangeboden. Er is veel aandacht voor sociale en communicatieve vaardigheden en voor de doelen van de leerlijn ‘Leren leren’ zoals werkhouding, taakaanpak, plannen en organiseren. Stages volgen op de ‘lessen op locatie’. De stage is gericht op het ontwikkelen van beroepsvaardigheden, het aanleren van sociale vaardigheden op het werk en het zelfstandig werken en geeft zicht op individuele mogelijkheden. We streven ernaar de eindstage te laten leiden naar uitstroom op een vaste werkplek. Om zaken hieromtrent te organiseren en te coördineren is er een stagebegeleider, Truus van der Spek. Bezuinigingen op het vervoer zal het zoeken van passende stages bemoeilijken. Op stichtingsniveau bekijken we hoe we onze leerlingen na de ‘lessen op locatie’ voldoende arbeidservaring op kunnen laten doen.

    In de bovenbouw kunnen leerlingen worden opgeleid voor de volgende officiële, landelijk erkende certificaten:

  • Schoonmaak in de groothuishouding;
  • Onderhoud plantsoenen;
  • Baliemedewerker;
  • Winkelmedewerker;
  • VCA;
  • Horeca.

  • De examens hiervoor vinden op de werkplek plaats door een externe examinator. Het afgelopen jaar zijn er drie leerlingen geslaagd voor het schoonmaakcertificaat, een leerling voor certificaat onderhoud plantsoenen, twee voor certificaat winkelmedewerker, twee voor certificaat horeca en een voor certificaat baliemedewerker.

    De praktijkstroom

    De leerlingen van de praktijkstroom nemen indien mogelijk deel aan de ‘lessen op locatie’ voordat zij extern stage gaan lopen. Daarnaast is er veel aandacht voor het aanleren van praktische vaardigheden in en met de groep. Zo doen zij de broodjesstage en de wasstage. De broodjesstage vindt eenmaal per week plaats; de broodjes worden verkocht aan de teamleden. Over de concrete invulling van alle stages wordt u uitgebreid geïnformeerd tijdens de informatiemiddag in september.

    Schoolverlatersrapport

    In het laatste schooljaar wordt een onderwijskundig schoolverlatersrapport opgesteld met hierin een samenvatting van relevante schoolinformatie. Deze informatie is als onderdeel van het portfolio nodig om een zo goed mogelijke start te maken op het werk, de dagbesteding en/of de woonplek.

    Kennismakingsochtend

    Bij de overgang naar een volgende groep gaan de leerlingen in juni kennismaken met hun nieuwe groep, de leerkracht en indien van toepassing de onderwijsassistent.

    Resultaten onderwijs/uitstroom

    Over het algemeen stromen onze leerlingen uit naar verschillende dagcentra waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen dagcentra waar het plezier in activiteiten voorop staat en dagcentra waar passend bij de mogelijkheden van de leerlingen meer arbeidsmatig wordt gewerkt. Vaak wordt er gekozen voor een combinatie van twee verschillende dagcentra waardoor er variatie in de werkzaamheden is. Een deel stroomt uit naar (beschermde) arbeid.